Vereniging van Catechisten

Op 8 december 1928 verbonden enkele vrouwen in Breda zich aan de Vereniging van Catechisten van de Eucharistische Kruistocht. Vanuit deze nieuwe vorm van religieus leven wilden zij zich inzetten voor de bestrijding van kerkelijke en maatschappelijke noden.

In de jaren na de Eerste Wereldoorlog kwam er internationaal een beweging op gang waarin de eucharistie als het ‘geneesmiddel’ werd gepropageerd tegen de dreigende teloorgang van het goede katholieke leven in de ‘zieke’ geseculariseerde maatschappij. Deze Eucharistische Kruistocht werd in Nederland gepropageerd door de bevlogen priester Frans Frencken. Zijn voorkeur ging uit naar sociaal zwakke groepen, zoals fabrieksmeisjes en moeders van gezinnen waarin het geloof verloren dreigde te gaan. Mgr. F. Frencken kon wel mooie plannen maken, maar – in de woorden van theologe Annelies van Heijst – ‘in een plan, al is het financieel gedekt, kan een mens niet eten, slapen of wonen.’ Voor het realiseren van deze idealen waren religieus-sociaal bewogen vrouwen nodig. Deze vrouwen, de Catechisten van Breda, en hun sociaal werk staan in Gezonde gezinnen centraal.

De ‘Vereniging van Catechisten (van de EK = ‘Eucharistische Kruistocht’)’ was vernieuwend. De catechisten waren pioniers in de vorm die zij, op instigatie van mgr. F. Frencken, voor hun leven kozen: een vereniging, een societas, waardoor zij in kerkrechtelijke zin noch tot de religieuzen noch tot de leken behoorden. Zij kozen uitdrukkelijk niet voor het bekende kloosterleven als moniale of als actieve religieuze, omdat zij dit te benauwend en te wereldmijdend vonden. Deze vorm bood de mogelijkheid tot mobiliteit en flexibiliteit, al ondervonden de catechisten ook nadelen van hun nieuwe religieuze levenswijze: een onduidelijke status en een onbeproefde interne structuur.

In de jaren vijftig en zestig breidden de werkterreinen van de catechisten zich razendsnel uit. Het doel van de Vereniging verschoof, geheel in de sfeer van de wederopbouw, naar het herstel van het christelijke gezin om vervolgens in de loop van de jaren vijftig verder op te schuiven in de richting van onmaatschappelijkheidsbestrijding. Hiermee kreeg het streven naar (sociaal én religieus) gezonde gezinnen een nieuwe invulling. De catechisten waren ook pioniers in de werkzaamheden die zij op zich namen. Dit geldt nog het meest voor het werk dat zij na de Tweede Wereldoorlog hebben ontwikkeld. In de jaren vijftig en zestig namen de catechisten het voortouw op het terrein van het wijkwerk, hun specifieke vorm van maatschappelijke hulpverlening, en de katholieke gezinszorg. Deze decennia waren hun ware glorietijd. Het pionierswerk raakte mede door eigen toedoen van de vereniging geprofessionaliseerd, met opleidingen en diploma’s voor sociale academie, gezinszorg, wijkwerk, met salarissen en subsidies.

Innerlijke en interne veelkleurigheid was vanaf het begin een kenmerk van de catechistengemeenschap. Ten onrechte hadden de catechisten een imago van een in zichzelf gekeerde West-Brabantse, Bredase groep.

Een aanzienlijk deel van de catechisten was afkomstig uit het noorden van het land. Daarmee werd in de Vereniging een andere sfeer en andere geluiden gebracht.

Het werk viel vroeger weg dan bij zustercongregaties die in het onderwijs of de verpleging werkzaam waren. De religieuze beleving was te pluriform geworden om het gemeenschapsgevoel te kunnen schragen. Hoewel de evenzeer vergrijzende zuster- en broedercongregaties met vergelijkbare problemen werden geconfronteerd, klemden deze voor de Vereniging van Catechisten in verhevigde mate. Zij had geen vanzelfsprekende spirituele traditie om op terug te vallen en evenmin een interne traditie van collectiviteit. Het was dan ook geen gemakkelijke opdracht voor de catechisten om zich als gemeenschap te hervinden.

In december 2004 vierden de catechisten het 75-jarig bestaan. De betrokkenheid op elkaar is in deze levensfase een kostbaar goed. Maar de betrokkenheid op de wereld is evenzeer van belang. Bij gelegenheid van het jubileum van de vereniging is nagedacht over de mogelijkheid om de lokale minst bedeelden te laten delen in de feestvreugde. Het werd een plaatselijke stichting voor uitgeprocedeerde asielzoekers, omdat het ten goede moest komen aan een maatschappelijke nood, waarvoor geen andere voorzieningen voorhanden waren, precies zoals het ooit begon bij de meisjes van Kwatta.

Anno 2015 verkeert de Vereniging van Catechisten zich in de laatste fase van haar bestaan. In tegenstelling tot voorheen kent de Vereniging een niet-leden bestuur van leken, aangesteld door de bisschop van Breda, dat zorg draagt voor een goede zorg en oudedagsvoorziening van de leden, die past binnen de spirituele doelstellingen die de Vereniging zich steeds heeft gesteld.